EEN SOMBERE BUI OF EEN DEPRESSIE?   

(uit: ´Ouder worden, nou en?´, Gerard Ligthart en Cora Vos, Boom 1999)

Iedereen is wel eens somber, al dan niet met een duidelijke reden. Dit `normale' depressieve gevoel is niet hetzelfde als een depressie hebben. Een echte depressie is een ziekte. Iemand met een depressie lijdt hevig. Het leven wordt vaak ervaren als een zwart gat. Het kan zelfs zover gaan dat iemand overweegt om een einde aan zijn of haar leven te maken.
Van de mensen die 65 jaar en ouder zijn, zou 13% depressief zijn. Van de in ziekenhuizen opgenomen ouderen zou zelfs 30% depressief zijn. Vrouwen hebben een groter risico om depressief te worden.

'Ik mag toch niet klagen'
Het kost vaak moeite om te erkennen dat je een  depressie hebt. Je denkt:`Ik moet niet zo zeuren, ik heb alles wat mijn hart begeert, wat stel ik me toch aan'. Misschien is het voor de huidige generatie ouderen wel extra moeilijk om te erkennen dat ze zich niet gelukkig of zelfs erg somber voelen. Zij hebben de oorlog meegemaakt en vinden veelal dat zij nu niet zouden mogen klagen. Bovendien is het pas iets van de laatste tientallen jaren dat mensen wat gemakkelijker over gevoelens spreken en dat dit ook wordt geaccepteerd.
Vaak gaat een depresie vanzelf over. Soms kan het lang duren, maanden of zelfs jaren. Er zijn mensen die hun leven lang regelmatig depressief worden. Je ziet dit vaker als er een erfelijke aanleg lijkt te zijn voor de depressie of bij mensen met bepaalde moeilijkheden in hun persoonlijkheid. Er zijn echter ook mensen bij wie op oudere leeftijd voor het eerst een depressie optreedt. Vaak is er dan een duidelijke aanleiding in de vorm van een gebeurtenis in de omgeving of is er sprake van een ziekte.

Verschijnselen van een depressie
Een depressie ziet er bij iedereen anders uit. In ieder geval moet één van de volgende twee verschijnselen aanwezig zijn: somberheid en gebrek aan interesse.
Iemand die depressief is heeft veelal een ernstige sombere stemming die langdurig (zeker langer dan twee weken achter elkaar) aanhoudt. Hij of zij is vrijwel continu somber en er zijn geen dingen die de stemming echt kunnen verbeteren, al kan deze in de loop van de dag een beetje opklaren.
Ook zijn er mensen die klagen over een leeg gevoel of het afwezig zijn van gevoel.
Er is sprake van een verlies aan interesse in vrijwel alles wat normaal gesproken wel de belangstelling had. Niet alleen de kranten en het journaal, maar ook de verhalen van je eigen (klein)kinderen, interesseren je niet meer. De wereld gaat aan je voorbij. Depressieve mensen hebben de neiging om zich terug te trekken. Ergens van genieten is onmogelijk. Soms lijkt het ook alsof alles buiten je om gebeurt, omdat je er geen gevoel meer bij hebt.
Iemand die depressief is heeft vaak weinig gevoel van eigenwaarde. Hij of zij vindt zichzelf niet meer de moeite waard en kan geen toekomst meer zien. Dit kan zelfs leiden tot zelfmoordgedachten. Vaak gaat het meer om een verlangen naar de dood dan om een doelgerichte actie. Gedachten als: `Voor mij hoeft het allemaal niet meer, laat God mij nu maar halen' komen vaak op.
Als je depressief bent heb je vaak schuldgevoelens. Je voelt je schuldig omdat je niet meer zo vrolijk en gezellig bent als jij denkt dat de mensen in je omgeving van je verwachten. Je denkt misschien dat je van alles fout hebt gedaan of dat de depressie een straf is voor dingen die je in het leven verkeerd hebt gedaan.
Sommige mensen met een depressie zijn geremd of apathisch. Sommigen kunnen zich tot helemaal niets meer zetten en zitten de de hele dag op een stoel of liggen zelfs alleen nog maar in bed. Anderen zijn juist onrustig, gejaagd en gespannen. Meestal is er angst aanwezig.
Vaak zijn er problemen met het slapen. In slaap komen lukt meestal nog wel, maar je wordt al na een paar uur weer wakker, waarna het niet meer lukt om weer in te slapen. Soms zijn er ook problemen met het in slaap vallen of slaapt iemand juist erg veel.
Veel mensen met een depressie hebben moeite met nadenken en met de concentratie. Ze klagen ook nogal eens over vergeetachtigheid. Vaak denken zij zelf of de omgeving ten onrechte dat zij dement aan het worden zijn.
Seksuele gevoelens zijn meestal helemaal afwezig, evenals de behoefte om alleen maar eens iemand vast te houden of om vast gehouden te worden.
Vaak heeft iemand met een depressie lichamelijke klachten, zoals moeheid die al aanwezig is bij het opstaan. Ook hoofdpijn of een dof en drukkend gevoel in het hoofd worden vaak gemeld.
Er is een vermindering van de eetlust die kan leiden tot vermagering. Het eten wordt vaak ervaren als smakeloos, als een bal deeg zonder geur of smaak. Overigens zijn er ook mensen met een depressie die juist heel veel gaan eten en in gewicht aankomen.
In zeer ernstige gevallen kan iemand met een depressie gaan hallucineren, dat wil zeggen dingen horen of zien die er niet zijn. Er kan bijvoorbeeld een beschuldigende stem worden gehoord. Ook kan het denken zodanig worden verstoord dat er waan-ideëen ontstaan.

Oorzaken van een depressie
Vaak spelen ook psychologische oorzaken een rol. Het gaat dan vooral om dingen die in iemands karakter lijken te zitten. Heeft iemand moeite met beslissingen nemen, de omgang met andere mensen, het al dan niet gemakkelijk contacten leggen?
Uit onderzoek is gebleken dat mensen die het gevoel hebben dat ze weinig invloed op hun eigen leven kunnen uitoefenen eerder depressief worden, dan mensen die het gevoel hebben hun leven zelf in de hand te hebben. Een streng geweten leidt misschien ook eerder tot depressiviteit. Sommige mensen stellen zeer hoge eisen aan zichzelf waar ze niet altijd aan kunnen voldoen. Uiteraard kunnen ook sociale factoren en gebeurtenissen leiden tot een depressie. Vooral ouderen hebben veel kans op bijvoorbeeld het wegvallen van familie en vrienden en op het krijgen van een ernstige ziekte waardoor het leven ingrijpend veranderen kan.
Jeugdervaringen en eventuele latere traumatische ervaringen kunnen ook meespelen. Het kan zijn dat je in je jeugd akelige dingen hebt meegemaakt, waar je nu nog steeds niet uit bent of er zijn akelige oorlogsherinneringen. Misschien kon je het er al die jaren goed onder houden, maar krijg je er last van nu je meer tijd hebt. Bovendien kunnen vooral de vroege jeugdervaringen meespelen in de vorming van iemands karakter. Mensen die in hun jeugd erg eenzaam waren of verwaarloosd of mishandeld werden, hebben meer kans op een depressie of een andere psychische ziekte dan mensen die in hun jeugd vooral warmte, veiligheid en begrip hebben gekregen.
Tegenwoordig gaat men er veelal van uit dat een deel van de depressie wordt veroorzaakt door het uit balans zijn van bepaalde chemische stoffen in de hersenen, neurotransmitters genaamd. Hoe deze balansstoornis ontstaat is nog niet bekend; wel kunnen allerlei factoren een rol spelen.
Het lijkt erop dat biologische factoren meespelen bij het ontstaan van een depressie. De aanwezigheid van depressies in bepaalde families wijst op een zekere erfelijkheid van de ziekte. Vaak beginnen episodes van een depressie zonder enige aanwijsbare aanleiding. Het lijkt alsof er een knop in de hersenen is omgezet, waarbij de stemming voorlopig op somber staat. Er zijn bepaalde medicijnen die misschien een depressie kunnen veroorzaken. Enkele middelen tegen een hoge bloeddruk en tegen hartritme-stoornissen lijken bij sommige mensen deze bijwerking te geven, evenals  vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogenen), sommige middelen tegen epilepsie, middelen tegen de ziekte van Parkinson en bijnierschorshormonen (corticosteroïden).
Er zijn ook lichamelijke ziekten die depressies kunnen veroorzaken. Je ziet het nogal eens bij de ziekte van Parkinson, bij mensen die een attack hebben gehad en bij mensen met schildklierziekten. Een medisch onderzoek is belangrijk om de mogelijk lichamelijke oorzaken op te sporen.
Een aparte vorm van depressie komt voor bij wat men vroeger manisch-depressief noemde. Nu heet dat een bipolaire stoornis. Deze mensen hebben terugkerende perioden van depressies en tevens perioden waarin zij ziekelijk opgewekt zijn. Zo'n periode noemt men een manie. De persoon is dan vol energie, slaapt heel weinig (twee uur op een nacht) en is vaak voortdurend bezig.  
Bij de zogenaamde seizoensgebonden depressie treden de depressieve episoden vijwel steeds op in hetzelfde seizoen, bijvoorbeeld in het voorjaar of in de herfst (als de bladeren gaan vallen).  
Meestal spelen verschillende van de bovengenoemde factoren een rol bij het ontstaan van een depressie.

De behandeling van een depressie
Vaak duurt het lang voordat iemand met een depressie bij de dokter komt en voordat herkend wordt wat er aan de hand is. Ouderen, en ook hun omgeving, denken weleens dat het allemaal bij het ouder worden hoort. Tevens kunnen de vele lichamelijke klachten die bij een depressie kunnen optreden misleidend werken. Je kunt denken dat je een ziekte onder de leden hebt of dat alle verschijnselen horen bij wat je al lichamelijk mankeert. Ook de huisarts kan dat denken.
Ook zijn verschijnselen van een depressie vaak minder uitgesproken. Zo zijn ouderen soms meer mat dan somber. Soms valt vooral het gebrek aan activiteit op.
Bij langdurige somberheid is het belangrijk om met de huisarts te overleggen om te kijken of er sprake is van een depressie. Het is belangrijk dat iemand goed lichamelijk wordt onderzocht en dat er wordt gecontroleerd wat voor medicijnen iemand slikt. 
Indien er sprake is van een depressie kan de huisarts zelf een behandeling starten of doorverwijzen naar een RIAGG (Regionale Instelling voor Algemene Geestelijke Gezondheidszorg) of een psychiater op een polikliniek. Op een RIAGG of een polikliniek zullen eerst een of meerdere intake-gesprekken plaatsvinden om te bepalen of of er inderdaad sprake is van een depressie. Ook probeert men er achter te komen wat mogelijk de oorzaak van de depressie is. Er wordt altijd ingegaan op de levensloop en men probeert een beeld te krijgen van iemands karakter. Als de intake-fase voorbij is, start de eigenlijke behandeling. Deze kan bestaan uit medicijnen en een of andere vorm van `praat'-therapie.

Medicijnen
In de meeste gevallen (70%) reageert iemand goed op het eerste middel dat gegeven wordt. Mocht na vier tot zes weken blijken dat het medicijn niet aanslaat, dan kan de arts adviseren om te stoppen en over te stappen op een ander soort anti-depressivum of om er een ander middel bij te geven.
Als de medicijnen gaan aanslaan kunnen allerlei andere verschijnselen van de depressie (slecht slapen, angstgevoelens) eerder verbeteren dan de sombere gevoelens.
Als iemand erg slecht slaapt, wordt er naast het antidepressie-middel soms ook nog een slaapmiddel gegeven. Het is belangrijk dat je dit niet al te lang achter elkaar gebruikt, omdat het dan weer moeilijk is om er van af te komen.
Hetzelfde geldt voor kalmerende middelen die soms gegeven worden als er ook sprake is van angst en onrust. 
Bij hallucinaties is het meestal nodig om medicijnen (antipsychotica) te gebruiken. De werking hiervan treedt meestal sneller op dan van de antidepressiva.
Het is belangrijk om antidepressieve middelen de tijd te geven om hun werk te gaan doen. Pas na vier tot zes weken kan beoordeeld worden of een bepaald middel werkt of niet.

`Praten' helpt
Medicijnen zijn niet de enige vorm van behandeling bij depressies. Afhankelijk van de problemen die er spelen en de oorzaken van de depressie zal er altijd een of andere vorm van `praat'-therapie worden gegeven.
Soms spelen allerlei maatschappelijke problemen (huisvesting etcetera) een hoofdrol bij een depressie. Begeleiding door een maatschappelijk werker is dan de meest aangewezen weg. Behalve luisteren kan die je ook bij allerlei praktische problemen helpen: het op orde brengen van de administratie, het regelen van thuishulp, of het adviseren over activiteiten voor ouderen.
In andere gevallen zal een diepere vorm van psychotherapie nodig zijn. Met name als er zaken in iemands karakter een rol spelen bij het ontstaan van de depressie, kan een psychotherapie helpen.
De psychotherapeut kan je helpen om alles op een rijtje te zetten en om conclusies te trekken. Je moet bijvoorbeeld over trauma's gaan praten, waar je misschien zestig jaar angstvallig je mond over hebt gehouden. Ook word je misschien geconfronteerd met aspecten van jezelf die je niet zo leuk vindt en liever niet zou horen. Je moet bereid zijn om kritisch naar jezelf te kijken.
Heel belangrijk is dat je het kunt vinden met je therapeut. Als je geen goed gevoel bij je therapeut hebt, zal er nooit een werkbare relatie ontstaan en gooi je veel energie weg. Aarzel dan niet een andere te zoeken.
Er zijn nog steeds therapeuten die een oudere niet in therapie willen nemen onder het mom dat ouderen te rigide zijn en dat hen niets nieuws te leren valt. Star zijn is echter een karaktertrek, die al een leven lang aanwezig is en niets met leeftijd te maken heeft.
Een diepgravende psychotherapie wordt veelal pas begonnen als de depressie al enigszins is opgeklaard. Pas dan kan iemand weer wat helderder denken en dingen van meerdere kanten bekijken, zonder steeds alleen de zwarte kant van de zaak te zien.
Afhankelijk van de problemen die er zijn, kun je alleen of samen met je partner of zelfs met je kinderen in therapie gaan.   
Soms kan therapie in groepsverband een oplossing bieden voor depressies. Veel mensen schrikken bij voorbaat al terug bij het idee om hun problemen in een groep te vertellen. Vaak zeggen ze ook:`Ik heb het nu al zo moeilijk, ik kan niet ook nog naar de problemen van anderen luisteren'. Toch kan een groep soms wel helpen. Het kan soms goed zijn om van anderen te horen waar zij mee zitten en hoe zij problemen hebben opgelost. Je voelt je misschien ook niet meer zo alleen. Ook kun je van anderen leren hoe je overkomt en wat je zo zonodig zou kunnen veranderen. Met name mensen die moeite hebben met sociale contacten kunnen hier baat bij hebben. 

Overige vormen van behandeling
Er wordt onderzoek gedaan naar het effect van blootstelling aan kunstmatig zonlicht, de lichttherapie. Er zijn aanwijzingen dat dit bij sommige vormen van depressie effectief zou zijn.
Tevens zijn er mensen die opknappen als ze een etmaal totaal niet slapen. Deze vorm van behandeling noemt men dan ook slaapdeprivatie of -onthouding. Deze behandeling moet veelal om de paar weken worden herhaald.
Het is voorlopig nog niet duidelijk welke patiënten met welke soort depressies beter worden met de bovengenoemde therapiëen.
In ernstige gevallen kan opname in een psychiatrisch ziekenhuis noodzakelijk zijn.

Hoe kun je omgaan met een depressie?
Er zijn geen algemene regels voor het omgaan met een depressie. Vooral bij matig ernstige depressies weten mensen vaak zelf heel goed wat ze beter wel of niet kunnen doen. Sommige mensen kruipen een paar dagen in bed en huilen veel. Anderen hebben andere remedies.
Het is belangrijk dat je aan jezelf en misschien ook aan je omgeving toegeeft dat je depressief bent. Doen alsof er niets aan de hand is, kost veel energie en lost niets op, als het de zaken al niet nog erger maakt. Pas als je erkent dat je depressief bent kun je actie ondernemen.
Probeer bij ernstige depressies toch zoveel mogelijk een regelmatig leven te leiden, met vaste tijden voor opstaan en eten bijvoorbeeld. Probeer ook de deur nog uit te gaan. Dit alles zal de depressie niet genezen, maar voorkomt misschien wel verder afzakken in apathie of eenzaamheid. Kijk uit met alcohol. Dit geeft soms even een beter gevoel, maar leidt daarna weer tot nog somberder gedachten. Neem geen belangrijke levensveranderende beslissingen tijdens een depressie (verhuizing, echtscheiding). Als je depressief bent kijk je anders tegen de dingen aan.

Wat als je partner depressief wordt?
Een depressie begint meestal sluipend. Eerst heb je nog niet door dat er iets aan de hand is met je partner. Je ergert je misschien zelfs een beetje aan dat negatieve gedoe en je probeert hem of haar op te beuren. Je zegt misschien wel: `Zo erg is het toch allemaal niet' of `we hebben het toch goed samen.' Je kunt ook denken dat het aan jou ligt dat de ander niet gelukkig is.
Het leidt vaak tot enige rust als je weet wat er aan de hand is. Je moet je dan ook realiseren dat jij alleen nooit de oorzaak van de depressie bent en dat je het zeker niet voor je partner kunt oplossen.
Soms wil iemand met een depressie niet naar de dokter. Dat kan voor de partner erg lastig zijn. Aarzel niet om wel zelf te gaan praten met de huisarts, al was het maar om zelf wat steun te krijgen.
Hoe kun je je depressieve partner verder tot steun zijn? Het kan moeilijk zijn om te leven met iemand die depressief is. Vaak wil deze liever alleen zijn en jij kunt dat voelen als een afwijzing. Blijf wel beschikbaar als hij of zij wil praten. Probeer wat te ondernemen. Doe voorstellen over wat je samen of ieder alleen kunt gaan doen. Als je partner echter helemaal niet wil, ga dan niet drammen.
Zeg ook geen dingen als `Kom op, zet je schouders eronder. Ga er even flink tegenaan, dan lukt het allemaal wel weer.' Iemand die depressief is, heeft al zoveel geprobeerd, maar hij of zij kan het niet. Dergelijke goedbedoelde opmerkingen maken de schuldgevoelens alleen maar groter.
Het is belangrijk dat je er zelf niet aan onderdoor gaat. Probeer een aantal eigen bezigheden te houden, al is het maar om van tijd tot tijd zelf even tot rust te kunnen komen. Praat ook met anderen. Zorg dat je wat steun hebt.
En neem als het even kan geen beslissingen met levensveranderende gevolgen voor je partner, zoals een verhuizing. Je partner kan er nu niet op een goede manier over meedenken.

Kun je een volgende depressie voorkomen?
Het is heel belangrijk dat je accepteert dat je depressief bent geweest. Dat geldt ook voor de omgeving (familie, vrienden). Je hebt altijd kans dat een depressie eerder terugkomt en het is belangrijk om je daar enigszins op voor te bereiden. Als je in behandeling bent, stop dan niet zodra je je beter voelt. Vooral wanneer je niet meer alles door een zwarte bril bekijkt, lukt het om een goed beeld te krijgen van wat tot de depressie heeft geleid. Door inzicht te krijgen in de oorzaken van de depressie, kan er misschien iets worden gedaan. Misschien moeten bepaalde omstandigheden veranderen. Ook kun je leren om weerbaarder te worden.
Het is belangrijk om goed zicht te krijgen op de verschijnselen die bij de depressie aanwezig waren. Zo kun je een eventuele volgende episode sneller herkennen, zodat er eerder maatregelen worden genomen. Als je er vroeg bij bent kun je een echte depressie misschien voorkomen.